Een brugkrediet te ver

week 23 / 03-06-2009 Het Financieele Dagblad

Terug naar overzicht

De Amerikaanse auto-industrie lijkt aan een zijde draadje te hangen. Hoewel Opel in ieder geval tijdelijk gered is koerst de rest van General Motors rechtstreeks op de afgrond af. De regering Obama lijkt bereid om nog eens een lieve som van 30 miljard in het concern te pompen maar of dat een duurzame oplossing is blijft natuurlijk de vraag. Soms lijkt het er met dergelijke noodmaatregelen op dat men de file aan het oplossen is door de achterste auto’s uit de rij weg te slepen. Nog niet zolang geleden hoorde ik Obama voorwaarden verbinden aan deze financiële injecties. Naast het produceren van politieke correcte auto’s moesten alle stakeholders in deze industrie met een werkbaar plan komen. Hij zei; So that we are creating a bridge loan to somewhere as opposed to a bridge loan to nowhere.

Tijdens het koortsachtig overleg tussen Washington en Detroit groeit er op het zelfde moment een geheel nieuwe auto-industrie. In de zuidelijke staten van Amerika bouwen Rednecks nieuwe auto’s voor buitenlandse bedrijven met gezonde winsten. De Amerikaanse vestigingen van buitenlandse fabrikanten zijn verantwoordelijk voor tweederde van de buitenlandse importmodellen op de Amerikaanse markt. Het grote geheim achter hun succes is dat zij per auto minstens $ 2.000 goedkoper produceren omdat zij, zoals ze zelf zeggen de vakbonden buiten de deur weten te houden. Let wel, zonder een asociaal beleid te voeren naar hun medewerkers die ook nog eens veel gemotiveerder blijken te zijn dan hun collega’s in het Noorden. Waar Honda,Toyota, Kia en Nissan $1600 dollar winst maken per auto, lijden Ford, Chrysler en General Motors een verlies van $500 tot $1500 per auto.

Inmiddels wordt er ook in de spreekwoordelijke schuurtjes over de hele wereld, van Mountain View tot Lochem gewerkt aan totaal nieuwe, volgende generatie autoconcepten met bijvoorbeeld elektromotoren. En ook die hebben succes, maken (nu nog bescheiden) winsten maar produceren top auto’s. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat deze auto’s superieur zijn aan alle eerdere generaties automobielen. Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt en laten we daar nu eens een keer van leren. Want vlak na de tweede wereldoorlog waren in Amerika ongeveer vijftig producenten die zich in een goed lopende industrie bezig hielden met het produceren van grondverzetmachines. Grote en kleine graafmachines werden aan de lopende band gebouwd en geëxporteerd over de hele wereld. De basis van deze machines waren kabels en katrollen die door dieselmotoren in beweging werden gezet. Toen kwam er een ingenieur die tijdens de oorlog veel ervaring had opgedaan met hydroliek en zag ook met deze technologie voor graafmachines heel voor voordelen. De industrie moest er echter niets van weten, zij waren immers met hun machines wereldkampioen kabels en kartrollen en dachten er niet aan om dit te veranderen. De ironie is echter dat nog geen elf jaar later nagenoeg al deze bedrijven failliet waren en dat er een gehele nieuwe industrie is ontstaan met machines voor het zelfde doel zonder kabels en katrollen maar met iets beters.

Ruud Koornstra is duurzaam ondernemer bij Tendris.
ruud@fd.nl

Terug naar overzicht